Azijnpissers

Gepubliceerd op mei 23, 2018

In 2013 werkte ik in het zuiden van Noorwegen in een Brukthallen, een loods in tweedehands spullen en antiek, in de plaats Nordbygda, in de streek Nissedal. Ik woonde 40 kilometer van mijn werk in Gautefall vlak naast een leegstaand hotel, tegenover een skicenter. In de winter druk met skifanaten maar in de zomer compleet uitgestorven, waardoor ik de Gautefall berg praktisch helemaal voor mijzelf had en genoot van de natuur, ruimte en vooral rust… Tot die ene bewuste dag waarop een Nederlands echtpaar hun camper vlak bij mijn huisje op de parkeerplaats van het verlaten hotel hadden gezet.

Terwijl ik langs de camper loop om thuis in mijn comfortabele kleren te schieten en op mijn veranda in de avondzon van een biertje te genieten komt er een man van pensioengerechtigde leeftijd uit de camper en begroet mij in het Engels. Afgaande op hun kenteken begroet ik hem in het Nederlands terug. De man lacht. ‘Ah een Nederlander!’ roept hij blij. Aan zijn kleding te zien is hij helemaal in de vakantiestemming en staat op het punt om te koken. Over zijn kanariegele T-shirt draagt hij een zwart keukenschort met daarop een afbeelding van een vrolijke kok en daaronderuit steken twee Campina witte benen, gehuld in geruite pantoffels.

Ik loop naar hem toe en zie door de deuropening van de camper zijn vrouw aan de keukentafel zitten. Ze kijkt met fronsende wenkbrauwen naar haar laptop. ‘We hebben internet gevonden zonder code… is dat veilig?’ vraagt ze.
Ik stel haar gerust en zeg het dat het signaal uit het hotel komt.
‘Was niet zo’n goed idee!’ zegt ze zonder van haar beeldscherm op te kijken.
‘Wat?’ vraag ik beleefd.
‘Dat internet, want nu weet ik tijdens m’n vakantie al dat ik veel meer belasting moet betalen dan ik had gedacht.’

Ik heb in de jaren dat ik actief achter de bar in de horeca werkte geleerd bij welke mensen je veilig een ‘hoezo?’ vraag kunt stellen en bij wie je dat beter niet kunt doen omdat je anders een enorme klaagzang over je heen krijgt. Ik schatte haar als het laatste type persoon in dus hou mijn mond maar de vraag bleek niet eens nodig. Terwijl de man des campers zich omdraait om de speklapjes op het kleine aanrecht te kruiden, waardoor ik ook de kanariegele korte broek onder het vrolijke kookschort kan zien, steekt de vrouw uit zichzelf van wal en houdt een hele tirade over de Nederlandse regering, waarbij ze regelmatig wordt aangevuld door haar speklap kruidende wederhelft.

Daarna valt er een stilte, die ik gebruikt om het gesprek een andere wending te kunnen geven. ‘Waar gaat de reis naar toe?’ vraag ik, terwijl ik de verbod stickers voor honden, schoenen en sigaretten op de voordeur bekijk.
‘We zijn op de terugreis’ zegt de kanariegele Herman den Blijker op sloffen, die onmiddellijk aangevuld wordt door zijn vrouw, die vertelt dat ze helemaal naar de Noordkaap zijn geweest.
En geloof het of niet maar net toen ik dacht daar leuk op in te kunnen haken zegt ze: ‘Maar eigenlijk hadden we deze vakantie helemaal niet moeten maken want het was veel te duur en met al die belasting die we moeten betalen, moeten we bij thuiskomst de camper waarschijnlijk verkopen.’ De speklapjes gaan sissend in de bruine Croma, terwijl de vrouw demonstratief haar laptop dicht klapt. Ik kijk even naar de bergen achter de camper en waag daarna nog één poging.

‘Jullie hebben gewoon 220 volt in de camper?’ vraag ik.
De kanariegele speklappenkoning draait zich om en zegt: ‘Ja, maar daar kun je niet zo lang mee doen. We hebben wel zonnepanelen maar het is al avond dus die werken maar half.’
‘Dan heb je hier in Noorwegen nu mazzel,’ zeg ik glimlachend, ‘het wordt hier niet echt nacht.’ De vrouw pakt de laptop van tafel, waarna haar man in één vloeiende beweging een pot mayonaise en een tube ketchup van het merk Euroshopper op de kleine eettafel zet.
‘Daarom ben ik blij als ik weer thuis ben,’ zegt ze. ‘want met al dat licht kan ik niet slapen!’

Ik geef het op en wens onze tevreden kampeerders een smakelijk eten en een fijne terugreis en loop bijna depressief terug naar m’n hut. Hoe is het toch mogelijk dat sommige mensen zo ontevreden kunnen zijn. Wat moet het leven je dan nog meer bieden om een beetje positief te zijn? Ze hebben in hun luxe camper een reis dwars door het prachtige Noorwegen achter de rug, een gratis overnachting met gratis internet en lekkere speklapjes… en nog klagen. Ik snap er helemaal niets meer van. ‘Glas-half-leeg volk!’ mompel ik terwijl ik mijn hut in loop.

Als ik even later op mijn veranda in de avondzon van een ijskoud biertje zit te genieten wordt er op de deur geklopt. Het is de kanariegele mopperkok, die inmiddels zijn werkkleding voor een joggingbroek heeft verruild. Terwijl ik uit de camper de tune van het RTL-4 half 8 nieuws hoor, geeft hij mij een visitekaartje met hun e-mail en Facebook adres.
‘Misschien kunnen we wat contact houden’ zegt hij. ‘Gezellig’, lach ik als een boer met kiespijn en bedank hem. Nog voor hij m’n tuinpad af is, ligt het visitekaartje al tussen de etensresten in m’n vuilnisbak. Wat een azijnzeikers!

© René Gardenier 2018

Delen mag altijd, stelen is plagiaat!

Deel dit bericht
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.